Schimmelpenninck van der Oije, 1847-1853, slachtoffer van Thorbeckes dadendrang

266px-Willem_Anne_baron_Schimmelpenninck_van_der_Oye

De op 6 januari 1800 in het Gelderse Doesburg geboren Willem Anne baron Schimmelpenninck van der Oije werd op 1 augustus 1847 benoemd als gouverneur.

Schimmelpenninck was eerst getrouwd met Adriana Sophia van Rhemen (van Rhemenshuizen) (1806-1842), met wie hij zes kinderen kreeg, en vanaf 1844 met haar tien jaar jongere zusje Adriana Sophia (1816-1857). Beide vrouwen stierven op relatief jonge leeftijd. Willem Anne en zijn echtgenotes hadden dezelfde oma: Adriana Sophia Schimmelpenninck van der Oije (1763-1838). Evenals zijn voorgangers Van Lynden en Van Heeckeren kwam ook deze baron Schimmelpenninck uit een vooraanstaand Gelders geslacht. De adellijke familie kwam uit het graafschap Zutphen.

De jonge Willem Anne werd in 1814 ‘cadet der artillerie’ aan de in Delft gevestigde artillerie- en genieschool. Op 22 Juni 1817 werd hij bij het legeronderdeel artillerie benoemd tot tweede luitenant. Vijf jaar later, hij was toen pas 22 jaar oud, nam hij ontslag. Hij vestigde zich op zijn ten oosten van Bussloo gelegen buitenplaats De Poll. Per 1 juni 1826 werd hij lid van Provinciale Staten voor de Gelderse ridderschap. Weer vijf jaar later – op 7 juli 1831 – kozen zijn standgenoten hem als hun vertegenwoordigend lid van de Tweede Kamer. Een maand later nam hij als kapitein van de schutterij deel aan de Tiendaagse veldtocht.

Als lid van de Tweede Kamer viel Schimmelpenninck op. Hij was ijverig en had verlichte ideeën. De behandeling van een mede door hem ondertekend voorstel tot wijziging van de Grondwet werd begin 1840 door de macht van het ultraconservatieve smaldeel niet in behandeling gekomen. Op 1 juni 1841 trad Schimmelpenninck aan als minister van Binnenlandse Zaken. In het najaar van 1843 nam hij, als opvolger van J.W. baron Huyssen van Kattendijke, ook een paar weken de portefeuille van Buitenlandse Zaken voor zijn rekening.

Als minister van Binnenlandse Zaken diende hij tot drie keer toe een wetsontwerp in dat de samenstelling van de Provinciale Staten en het stem- en kiesrecht van de steden en het platteland zou wijzigen. Telkens werd de behandeling van deze vooruitstrevende plannen uitgesteld. Het werd hem duidelijk dat zijn collega-ministers een stuk behoudzuchtiger waren dan hij – om over het hoofd van de regering, koning Willem II, nog maar te zwijgen. Mede daarom vroeg hij in februari 1846 ontslag aan. Dat werd hem verleend, om vervolgens wel onmiddellijk tot lid van de Eerste Kamer en tot minister van Staat te worden benoemd.

Zo’n anderhalf jaar later, 1 oktober 1847, trad hij aan als gouverneur van de provincie Gelderland, een ambt dat vanaf 13 juli 1850 werd aangeduid als ‘commissaris des Konings’.

Vriend en vijand waren het er over eens dat Schimmelpenninck een uitstekende gouverneur/CdK was. Toch moest hij al na een paar jaar het veld ruimen. …

Wordt vervolgd

Advertenties

Over bobenjonnmakeneenboekje

Bob Roelofs (1956) is een geboren en getogen Arnhemmer, studeerde Geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en was 17 jaar leraar Geschiedenis aan het Liemers College te Zevenaar. Hij was raadslid en fractievoorzitter van D66 in de Arnhemse gemeenteraad (1999-2003). Sinds 2003 is hij griffier van Provinciale Staten van Gelderland. Over Arnhem publiceerde hij drie boeken: Vernieling en Vernieuwing, de wederopbouw van Arnhem (Matrijs, 1995), Huis der Provincie, Het 'Kasteel' op de Markt (Matrijs, 2008) en samen met Jan de Vries de Canon van Arnhem (Bezoekerscentrum Sonsbeek 2008), In 2011 werd hij voor zijn verdiensten in het Arnhemse benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau. Jonn van Zuthem (Zwolle 1967) studeerde nieuwste geschiedenis in Nijmegen en kerkgeschiedenis aan de Theologische Universiteit Kampen. In 2001 promoveerde hij op ‘Heelen en halven’ Orthodox-protestantse voormannen en het ‘politiek’ antipapisme in de periode 1872-1925. De laatste jaren is hij vooral actief op het terrein van de regionale geschiedenis. Zo schreef hij de hoofdstukken 'Een nieuwe provincie 1815-1848' en 'Een samenleving met schakeringen' in deel III Nieuwste Tijd - Heden van de driedelige Geschiedenis van Groningen (2009). Eind september 2012 werd zijn langverwachte boek Harde grond. Kerkelijke verhoudingen in Groningen, 1813-1945 gepresenteerd.
Dit bericht werd geplaatst in de commissarissen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s