Kanaal 13 heeft een mooi filmpje gemaakt over de feestelijkheden rond de Open Monumentendag in het Arnhemse Huis der Provincie en de presentatie van Van pottenkijker tot boegbeeld.
Kanaal 13 heeft een mooi filmpje gemaakt over de feestelijkheden rond de Open Monumentendag in het Arnhemse Huis der Provincie en de presentatie van Van pottenkijker tot boegbeeld.
Zaterdag 13 september 2014 is het zover, dan zal tijdens Open Monumentendag in het Arnhemse Huis der Provincie het boek Van pottenkijker tot boegbeeld. 200 jaar Gelderse Commissarissen van de Koning(in) worden gepresenteerd.
In dit rijk geïllustreerde boek worden de rol en de betekenis van zestien gouverneurs/ commissarissen beschreven die de provincie Gelderland van 1814 tot heden hebben gediend. Van de eerste gouverneur, de ‘pottenkijker’ J.C.E. graaf van Lynden, tot en met de huidige Commissaris van de Koning, het boegbeeld Clemens Cornielje. In de afgelopen 200 jaar is de functie van de Commissaris die in opdracht van de Koning opereerde en voornamelijk toezicht hield, geëvolueerd tot het gezicht van Gelderland, waarbij de steun van de Staten onontbeerlijk is. Een fascinerend proces in een veranderend Gelderland.
Het boek is nu al te bestellen. Als u dat doet vóór 13 september, dan wordt uw bestelling als voorintekening beschouwd en krijgt u het direct na verschijning thuisgestuurd.
Bestellen kan bij Uitgeverij Matrijs: https://secure.matrijs.com/Van-pottenkijker-tot-boegbeeld.-200-jaar-Gelderse-Commissarissen-van-de-Koningin.html

Op 31 augustus 2005 werd Clemens Cornielje op 47-jarige leeftijd geïnstalleerd als Commissaris van de Koningin van Gelderland. Cornielje, geboren en getogen in de Liemers, burgemeesterszoon, maar vooral bekend als VVD-Tweede Kamerlid. Een serieuze, beminnelijke man, die twee keer naast de functie van staatssecretaris greep maar met het ambt van Commissaris de hoofdprijs binnenhaalde. Gelderland kreeg met de bedachtzame Cornielje weer een geheel ander type dan de openhartige, welbespraakte Kamminga. Cornielje was na zijn middelbare schooltijd op het Liemers College in Zevenaar via de lerarenopleiding leraar wiskunde en biologie in Bemmel en Arnhem geworden. Maar zijn hart lag toch bij de politiek, bij de VVD. Hij begon als fractiemedewerker in Doesburg, daarna werd hij beleidsmedewerker van de Tweede Kamerfractie, adviseur van vicepremier R. De Korte, hoofd voorlichting/woordvoerder van F. Bolkestein en vanaf 1994 zelf Tweede Kamerlid. Cornielje was voor velen een verrassende keuze, maar zijn smetteloze reputatie, gecombineerd met zijn 22 jaar politiek-bestuurlijke ervaring met het Haagse dualisme en zijn Gelderse ‘wortels’ maakte hem de ideale kandidaat. De publieke taak niet serieus nemen, ergerde hem. Als je de samenleving mag dienen, moest je dat goed doen. Cornielje was niet van adel, geen jurist en leefde samen met een man, ‘zo bezien maak ik weinig kans. Ik ben de inwoners van Gelderland dankbaar dat zij bijgedragen hebben aan een eigentijdse profielschets. Ze vroegen iemand die betrokken, open en toegankelijk is, iemand die kan netwerken, een denker en een doener. Zij hebben het mogelijk gemaakt dat ik als 16e Commissaris van de Koningin in deze provincie aan de slag kan.'(1)
De vertrouwenscommissie was zich er terdege van bewust dat Gelderse Commissarisbenoemingen in het verleden nogal wat gedoe hadden opgeleverd. In de profielschetsvergadering van 23 februari 2005 voegde de voorzitter, H. de Vries, met in zijn achterhoofd de provinciale bestuurscrisis van 2001, daar aan toe dat Gelderland in deze procedure een wereld te winnen had. De provincie moest hard werken aan het herstel van het vertrouwen en daar moest de nieuwe Commissaris het boegbeeld van worden. Een Commissaris die voor meer dan 100% zou gaan voor Gelderland, de Gelderse burgers, bedrijven en instellingen.
Wordt vervolgd
(1) Verslag Profielschetsvergadering, 23 februari 2005, p.12.

Op 14 november 1996 werd per Koninklijk Besluit bepaald dat J. (Jan) Kamminga uit Lelystad per 1 januari 1997 benoemd was tot Commissaris van de Koningin in de provincie Gelderland. Jan Kamminga had na de HBS in Groningen als twintigjarige jongeman zijn weg gezocht en gevonden in het bedrijfsleven. Hij was directeur van het familiebedrijf Kamminga Makelaars B.V. geworden en combineerde dit zes jaar lang met het gemeenteraadslidmaatschap in de stad Groningen. Van 1976 tot 1986 was hij ook lid van het hoofdbestuur van de VVD, vanaf 1981 als voorzitter. Van 1987 tot 1996 was hij voorzitter van het Koninklijk Nederlands Ondernemers Verbond en zijn opvolger MKB-Nederland. Met zijn benoeming was de Commissaris-loze periode beperkt gebleven tot één maand. De zoektocht naar de geschiktste kandidaat had daarentegen in Gelderland de gemoederen flink beziggehouden.
Net als in 1973 was Gelderland niet de enige provincie die op zoek moest gaan naar een nieuwe Commissaris. Destijds was naast het ambt in Noord-Brabant ook het burgemeesterschap van Eindhoven vacant. Dit keer moesten de provincies Flevoland, Utrecht en Groningen ook het ambt van Commissaris van de Koningin invullen. Met die wetenschap in het achterhoofd was het voorspelbaar dat de landelijke politieke verhoudingen een belangrijke rol zouden gaan spelen. In Flevoland was de Wageningse D66-burgemeester M.J.E.M (Michel) Jager de gelukkige, in Groningen viel de eer aan de oud-PvdA minister J.G.M. (Hans) Alders ten deel en in Utrecht kwam de post bij D66’er B. (Boele) Staal terecht. In dit licht was het voorspelbaar dat Gelderland een VVD-Commissaris zou moeten krijgen.
Wordt vervolgd

Op 28 oktober 1991 werd Dr. J. C. Terlouw in Huis ten Bosch door Koningin Beatrix beëdigd als Commissaris van de Koningin van Gelderland. Op 1 november werd Terlouw door de griffier C. Crasborn in Amersfoort opgehaald voor zijn eerste werkdag en op 8 november vond de officiële installatie in een Buitengewone Statenvergadering plaats. Terlouw werd vanuit Gelderland breed voorbereid voor zijn nieuwe functie. Hij werd geïnformeerd over zijn normale werkweek, zoals op maandag regulier overleg met chef kabinet en op dinsdag GS-vergaderingen. Een dienstauto met chauffeur voor woon-werkverkeer en dienstreizen werd ter beschikking gesteld. Ook kreeg Terlouw het Reglement van Orde van GS en PS, de toespraak van waarnemend Commissaris dr. Ir. A.P. Oele t.g.v. het 25-jarig bestaan Regio Arnhem, de IPO-nota Europa en de notitie Gelderland kent geen grenzen, opgestuurd.
Terlouw had in Utrecht wis- en natuurkunde gestudeerd om daarna dertien jaar hoofd van een researchgroep in het FOM-instituut te zijn. Een wetenschapper, die zich bezighield met het Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM), het bracht hem o.a. in de Verenigde Staten en Zweden. Het jaar 1970 was voor Terlouw een kantelpunt. Hij werd kinderboekenschrijver én met veel succes, zoals Oorlogswinter (1972) en Briefgeheim (1973). Terlouw ging in 1970 ook de politiek in, eerst in de gemeenteraad van Utrecht en vanaf 1973 als Tweede Kamerlid/lijsttrekker. Terlouw werd hét gezicht van D66 en kreeg in 1981 dankzij de verkiezingsoverwinning als vicepremier en minister van Economische Zaken een prominente plek in kabinet Den Agt II en III. Het kabinet was geen lang leven beschoren, na 260 dagen gooide de PvdA de handdoek in de ring. In 1982 verliet een teleurgestelde Terlouw na een grote verkiezingsnederlaag met stille trom de Nederlandse politiek. In Parijs vond hij in de anonimiteit als secretaris-generaal van de Europese Transportministers een nieuwe uitdaging. De routine sloop er na verloop van tijd toch in en er verdween iets van de inspiratie. Maar het leek alsof Terlouw in de Nederlandse politiek passé was, hij voelde zich zelfs ook genegeerd door zijn eigen partij. Op 59-jarige leeftijd keerde hij als Gelderse Commissaris van de Koningin terug in Nederland. Een functie waarin Terlouw boven de partijen kon staan. De verwachtingen waren hoog gespannen.
Wordt vervolgd

Op 16 november 1983 werd de VVD’er Matty de Bruijne de opvolger van Geertsema. De nieuwe Commissaris had veel ervaring in de gemeentelijke en provinciale politiek. Hij was twaalf jaar raadslid in Amersfoort geweest (1962-1974). Daarnaast was De Bruijne vanaf 1966 Statenlid van Utrecht en vanaf 1974 ook Gedeputeerde. In tegenstelling tot Noord-Brabant met Commissaris der Koningin Dries van Agt en Friesland met Hans Wiegel kreeg Gelderland een relatief onbekende Commissaris. Een organisatieman die al snel duidelijk maakte dat hij geen kasteelheer op Middachten zou worden. De Bruijne had weg- en waterbouwkunde op de HTS in Rotterdam gestudeerd en werkte onder andere mee aan de realisatie van de Velzertunnel. Daarna werd hij hoofd van de Afdeling Opleidingen van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf om uiteindelijk als Gedeputeerde van Utrecht de overstap te maken naar de functie van Commissaris der Koningin. Het was voor Gelderland de eerste keer dat een Commissaris zijn sporen had verdiend op het bestuurlijke niveau van een provincie, een groot contrast met Geertsema die als bekende Nederlander naar Gelderland kwam.
Zoals in de Gelderse geschiedenis al vaker was voorgekomen, verliep de procedure voor een nieuwe Commissaris verre van vlekkeloos. Het politieke gekibbel begon in april 1983 toen de CDA-fractie in een besloten bijeenkomst met de fractievoorzitters (het zogeheten seniorenconvent) een CDA-profielschets aan de aanwezigen uitreikte. Deze stap was ingegeven door het feit dat in de Gelderse samenleving de katholieke en de protestants-christelijke identiteit sterk vertegenwoordigd was. De voorzitter van de Gelderse VVD-Statenfractie J.de Bondt noemde deze CDA-actie in een persverklaring getuigen van onbegrensde arrogantie, gekoppeld aan weinig realiteitszin. De verdeling van de Commissarissen in Nederland op dat moment, uitgezonderd Gelderland, was dat er vijf van CDA, drie van VVD en drie van PvdA-huize waren. De Bondt was dan ook van mening dat de nieuwe Commissaris een VVD’er moest zijn. Hij stelde ook een ultimatum: de VVD kwam pas terug in het besloten seniorenconvent als de CDA-claim van tafel was.
Wordt vervolgd

Op 17 november 1973 werd oud-burgemeester, oud-Tweede Kamerlid en oud-minister en prominent VVD-lid Mr. W. J. Geertsema benoemd tot Commissaris der Koningin van Gelderland. Zijn koosnaam uit het Leidse studentenleven, Molly vanwege zijn omvang, was verworden tot zijn roepnaam. Met hem kreeg Gelderland een politiek zwaargewicht van nationale allure in huis. Net als zijn voorgangers Quarles van Ufford en Bloemers was het ambt van Commissaris der Koningin voor Geertsema het sluitstuk van een bestuurlijke carrière. Alle drie bleven ze Commissaris tot hun pensioen, hadden de studie rechten voltooid en waren van goede afkomst. Alleen was bankierszoon Geertsema, net als Bloemers, niet van adel. De tien Gelderse jaren van Geertsema kunnen markant en kleurrijk genoemd worden. Aan anekdotes is dan ook geen gebrek.
Bij de installatie werd de nieuwe Commissaris door PS hartelijk welkom geheten. KVP-voorman mr. C.H.B. Winters benadrukte dat overal waar de heer Geertsema een functie had vervuld, men hem met tegenzin had laten gaan. Winters gaf meteen een helder signaal af: gemeenteraden moesten inspraak krijgen bij de burgemeestersbenoemingen in Gelderland en de democratisering moest bevorderd worden. Geertsema pakte dit signaal meteen op. De betrokkenheid van burgers zou worden vergroot door meedenken en meespreken, maar de beslissing moet altijd blijven liggen bij de gekozen vertegenwoordigers. Hij beloofde ook dat hij de Gelderse samenleving snel wilde leren kennen, de gemeentebezoeken waren daarvoor een geschikt middel.
Hij herkende zich niet in het beeld dat hij boven de partijen zou staan: ‘die woorden hebben voor mij een denigrerende klank, zo van al dat politieke gedoe, daar sta ik boven. Te lang ben ik met hart en ziel in de politiek werkzaam geweest om dat zelfs maar te kunnen denken.’(1) Over zijn Haagse netwerken en hoe daar mee om te gaan, was hij ook kraakhelder: ‘een goed Commissaris draagt de sleutel van alle Haagse openbare deuren aan zijn sleutelbos en een breekijzer in zijn achterzak. Hij hanteert ze beide met fluwelen handschoenen, die evenzeer tot zijn ambtelijke bagage horen en hij doet dat slechts in nauwe samenwerking met het college van GS.’(2) Geertsema besloot zijn eerste rede als Commissaris met een hartelijk woord gericht aan het adres van zijn voorganger. Bloemers had zijn functie op een uitnemende wijze vervuld, zijn opvolger te mogen zijn was zeker geen eenvoudige taak.
Wordt vervolgd
(1) Notulen Provinciale Staten van Gelderland, Verslagen van de vergaderingen, 16 november 1973. Verslagen deel 1, p. 17.
(2) Ibidem, p. 15.